Bestuurskrachtmeting Randstadprovincies
De Randstadprovincies voeren hun wettelijke taken over het algemeen efficiënt en effectief uit. En het duale systeem kan in de vier provincies nog wel een impuls gebruiken, net als de Randstedelijke samenwerking. Dat blijkt uit een bestuurskrachtmeting die is uitgevoerd door een onafhankelijke visitatiecommissie, onder leiding van drs. Loek Hermans met ondersteuning van een onderzoeksteam van B&A. De commissie overhandigde de resultaten van de meting op 13 januari aan de provincies Flevoland, Utrecht en Noord- en Zuid-Holland. De meting is een leerinstrument voor de provincies.
De commissie heeft zeven wettelijke beleidsterreinen (waaronder jeugdzorg en onderhoud wegen), twee Randstadopgaven en drie provinciespecifieke beleidsterreinen onder de loep genomen. Er zijn in alle provincies diverse gesprekken gevoerd met gedeputeerden, statenleden, provinciale ambtenaren, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke instellingen en organisaties. Per provincie is er een rapportage opgesteld en per opgave is gekeken naar de effectiviteit (worden de resultaten behaald), efficiëntie (welke middelen worden daarvoor ingezet) en democratische legitimiteit (draagvlak en betrekken partners). De meting is een leerinstrument voor de provincies zelf, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van haar eigen functioneren.

Resultaten
Uit de onderzoeken blijkt dat Randstadprovincies bij het uitvoeren van hun wettelijke taken over het algemeen effectief en efficiënt te werk gaan. De commissie is vooral positief als het gaat om de taken op het ruimtelijk-fysieke domein. Wat betreft de onderzochte opgaven op gebied van sociaal-maatschappelijk domein valt er volgens de commissie nog een slag te maken.
Wat betreft de Randstedelijke samenwerking concludeert de commissie dat “de Randstadprovincies de gezamenlijk geformuleerde Randstadopgaven vooral oppakken waar het gaat om de eigen provinciespecifieke projecten.” De commissie is van mening dat de provincies op dit gebied meer gezamenlijk moeten optrekken, ook richting Den Haag en Brussel.
Naast de Randstedelijke samenwerking, kan ook het duale systeem een impuls gebruiken. Het duale stelsel is bij provincies in 2003 in werking getreden. De commissie constateert dat de Provinciale Staten van de Randstadprovincies nog te weinig invulling geven aan hun kaderstellende rol. “In algemene zin is men volgend op wat het college van Gedeputeerde Staten initieert,” aldus de onderzoekscommissie.
De colleges van Gedeputeerde Staten van de vier provincies zullen in gesprek gaan met Provinciale Staten en partners over de meting en de verbetertrajecten.
De bestuurskrachtmeting vloeit voort uit het bestuursakkoord tussen de twaalf provincies en het Rijk uit 2008. Daarin is ondermeer afgesproken dat alle provincies hun bestuurskracht laten meten. Gezien hun gemeenschappelijke opgaven en uitdagingen in de Randstad, hebben Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland besloten om de meting gezamenlijk uit te laten voeren.
De commissaris van de Koningin Flevoland, Leen Verbeek, is blij met deze bestuurskrachtmeting. “De commissie beoordeelt Flevoland als een effectief en efficiënt werkende organisatie die als kleine provincie grote (Rijks) ontwikkelprogramma’s kan trekken. Beheerstaken worden met de beperkt beschikbare middelen uitgevoerd. Financieel onderzoeksbureau Cebeon bevestigt dit beeld dat Flevoland structureel te weinig geld heeft om al haar taken uit te voeren”.
Ook Martin van Engelshoven-Huls, gedeputeerde Zuid-Holland, is tevreden met de conclusies uit het rapport. “Ze zijn herkenbaar. Met de Provincie Nieuwe Stijl in Zuid-Holland is gekozen voor een werkwijze die helder maakt wat de toegevoegde waarde van de provincie is”.
De gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, Rob Meerhof, kreeg net als de andere provincies ook een aantal verbeterpunten mee. “Daar moeten we intern mee aan de slag. Ook zullen we, gezien het rapport, duidelijk moeten maken dat de Randstadsamenwerking en de succesvolle samenwerking binnen de Metropool Regio Amsterdam heel goed samen kunnen gaan”.
Ten slotte is ook Marjan Haak-Griffioen, gedeputeerde Utrecht, positief verrast door de uitkomsten. “Voor de provincie Utrecht is onze manier van samenwerken met gemeenten en partners belangrijk. Het is prettig dat dit in positieve zin wordt opgemerkt. We vinden een bestuurskrachtmeting belangrijk. Samen met de politiek en onze partners bespreken we de aangedragen verbeterpunten en zullen we daar gezamenlijk uitvoering aan geven”.
Meer informatie
U kunt de rapporten van de provincies Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht terugvinden op de websites van de provincies:
Verschenen artikelen nav het rapport:
- Het failliet van de Holland acht - Binnenlands Bestuur
- Randstadprovincies werken te weinig samen – Het Parool
Meer weten?
Contact Oscar Papa.
Disclaimer


